MAAK EEN VUIST

Het is belangrijk dat je ons jouw verhaal verteld. Alleen zo kan ik een vuist maken en rechtzetten wat krom is.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Thank you for subscribing to the newsletter.

Oops. Something went wrong. Please try again later.

In het pak genaaid

Toen bleek dat het protocol niet klopte

Opinierubriek waarin een inkijk wordt gegeven achter de facade van veteranenzorg. 

IN HET VORIGE DEEL: “Het protocol dat niet klopte”

“In 2007 besloot Defensie de manier waarop militairen met PTSS  werden gekeurd radicaal te veranderen. Tot dat moment gebeurde alles op basis van de WPC-schaal. Met het PTSS-protocol zou volgens Defensie een nieuwe methodiek introduceren die “beter” zou zijn en meer zou aansluiten bij de realiteit van psychische schade. Klinkt als zuiver… toch?

Het protocol had één groot effect: veteranen kregen structureel veel lagere invaliditeitspercentages toegekend dan voorheen. Niet iets lager, maar drastisch lager. In de meeste gevallen bleef slechts 25% van het eerder vastgestelde percentage over. Je zou kunnen denken dat dit bevestigt dat de oude systematiek niet klopte. Maar is dat ook zo? Of was het vooral de bedoeling om de percentages omlaag te krijgen?”

Toen bleek dat het PTSS-protocol niet klopte

Defensie zou Defensie niet zijn als het na een vernietigende evaluatie niet gewoon zou doorgaan alsof er niets aan de hand is. En dat is precies wat gebeurde na 2016.

Dat jaar liet Defensie zélf onderzoeken of het PTSS-keuringsprotocol en de bijbehorende schattingsmethodiek wel deugen. Niet op aandringen van veteranen. Niet na een gerechtelijke uitspraak. Maar uit eigen beweging. De uitkomst? Het protocol werkt niet zoals het zou moeten. De schattingsmethodiek benut de schaal niet. De uitkomsten zijn structureel laag. Professionals herkennen de beperkingen niet in de percentages.

En toen? Niets.

Defensie zou Defensie niet zijn als zij na zo’n conclusie zou ingrijpen. Het rapport verdween in een la, het protocol bleef in gebruik en veteranen werden gewoon verder gekeurd. Met een instrument waarvan men wist dat het niet kloppend te krijgen was.

De evaluatie uit 2016 laat geen ruimte voor misverstand. Het PTSS-protocol kent weliswaar een schaal van 0 tot 100 procent, maar in de praktijk komt men daar nauwelijks. Niet omdat PTSS mild is geworden, maar omdat de methodiek niet in staat is om ernstige psychische schade adequaat te waarderen. De ernst verdampt onderweg in rubrieken, subrubrieken en gemiddelden.

Defensie zou Defensie niet zijn als dat toeval was.

Het protocol dwingt tot versmalling. Alles wat niet netjes past binnen het schema, telt niet mee. Chronische ontregeling, langdurige uitval, relationele ontwrichting, verlies van zelfredzaamheid – en sommige relevante zaken, het verdwijnt achter vinkjes en scores. De veteraan vertelt zijn verhaal, de methodiek rekent het terug tot iets dat beheersbaar oogt. En sommige zaken zoals leed en verlies aan levensvreugde (essentieel bij PTSS) of belemmeringen in arbeid, worden gewoonweg buiten de scoring gehouden. Dat is geen beoordeling, dat is schadebeperking in cijfers.

Ook dat staat gewoon in het rapport uit 2016. Professionals geven aan dat de uitkomsten vaak niet overeenkomen met wat zij feitelijk zien. Dat het vastgestelde invaliditeitspercentage lager is dan de werkelijke beperkingen. Dat comorbiditeit het systeem doet vastlopen. Dat criteria onduidelijk zijn. Dat toepassing uiteenloopt.

Defensie wist dit. Zwart op wit.

Defensie zou Defensie niet zijn als zij dat zou aangrijpen om het systeem te stoppen. In plaats daarvan werd het rapport “meegenomen” in beleidsontwikkeling. Een prachtig woord. In de praktijk betekende het: doorgaan op de oude voet.

En ondertussen werd tegen veteranen gezegd dat het protocol objectief is. Dat er zorgvuldig is gekeken. Dat de uitkomst nu eenmaal de uitkomst is. Alsof het natuurkunde betreft. Terwijl de Staat wist dat het instrument structureel naar beneden stuurt.

Dat maakt dit geen technisch mankement, maar een bestuurlijke keuze.

Want wie na zo’n evaluatie niets verandert, accepteert de uitkomst. Wie een ondeugdelijk instrument blijft gebruiken, neemt de gevolgen voor lief. En die gevolgen komen niet bij Defensie terecht, maar bij de veteraan. In de vorm van lagere pensioenen, afgewezen schadeclaims en jarenlange procedures.

Defensie zou Defensie niet zijn als zij zich daar verantwoordelijk voor zou voelen.

Het wrange is dat veteranen nu moeten bewijzen dat het protocol niet klopt, terwijl Defensie dat in 2016 al heeft laten vaststellen. Het bewijs ligt er. Het wordt alleen niet gebruikt – behalve tegen hen.

Zo ontstaat het klassieke Defensie-patroon: onderzoeken om te weten, rapporteren om te kunnen zeggen dat er is gekeken, en vervolgens niets doen. Intussen draait de machine door.

Voor de tienduizenden veteranen die alleen staan onmenselijk.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Thank you for subscribing to the newsletter.

Oops. Something went wrong. Please try again later.

UIT DEZE OPINIERUBRIEK