ONZORGVULDIGHEID IS EEN PATROON BIJ HET VERLENEN VAN EEN DIG
Ik begeleid regelmatig veteranen in bezwaar en beroep tegen afwijzingen van het Draaginsigne Gewonden (DIG). Eerder oordeelde de CRvB al dat de minister en CADIG onvoldoende onderzoek verrichten, getuigen niet opspoorden en daardoor onzorgvuldig handelden. Veteranen met PTSS of andere psychische klachten werden onterecht afgewezen, ondanks duidelijke traumatische ervaringen. Deze eerdere uitspraak illustreert dat de zorgvuldigheid van procedures te vaak afhangt van de inzet van individuele ambtenaren en dat het loont om deskundige bijstand in te schakelen om erkenning af te dwingen. Het patroon van nalatigheid herhaalt zich in de recente zaak van februari 2026.
minister faalt OPNIEUW bij het geven van erkenning
Voor veel veteranen betekent het Draaginsigne Gewonden (DIG) meer dan een onderscheiding. Het staat voor erkenning: erkenning dat je tijdens je dienst schade hebt opgelopen, dat je offers hebt gebracht en dat de samenleving je inzet serieus neemt. Helaas blijkt in de praktijk keer op keer dat deze erkenning niet vanzelf komt. Op 26 februari 2026 heeft de Centrale Raad van Beroep (CRvB) opnieuw vastgesteld dat de minister van Defensie tekortschiet bij het beoordelen van DIG-aanvragen.
Een veteranencliënt diende een aanvraag in voor het DIG vanwege psychische klachten en lichamelijke schade na een handgranaatincident en meerdere zelfmoordaanslagen tijdens uitzending. Het verzoek werd aanvankelijk afgewezen. De minister baseerde zijn besluit op een advies van de Centrale Adviescommissie Draaginsigne Gewonden (CADIG), maar deed onvoldoende onderzoek naar de feiten. Cruciale vragen werden niet beantwoord: getuigen werden niet opgespoord, details van de incidenten werden niet gecontroleerd en de context van de traumatische gebeurtenissen werd niet meegenomen. Pas nadat de veteranencliënt beroep instelde, nadere informatie over de incidenten overhandigde en een getuigenverklaring aanleverde, werd het DIG alsnog toegekend.
Waarom dit gebeurt
Het probleem zit niet bij de veteranen die een DIG aanvragen. Zij hebben vaak PTSS of andere psychische klachten en moeten al worstelen met de gevolgen van hun dienst. Het probleem zit bij de minister en Defensie: het onderzoek naar de aanvragen is vaak niet zorgvuldig. In de praktijk lijkt het soms alsof de focus ligt op het vinden van afwijzingsgronden, in plaats van op het eerlijk en volledig beoordelen van de situatie. Gevolg: veteranen die duidelijk schade hebben opgelopen, krijgen te horen dat hun aanvraag niet voldoet aan de criteria, terwijl een grondig onderzoek dit waarschijnlijk zou bevestigen.
Op papier lijken de procedures correct en netjes georganiseerd. Maar in werkelijkheid hangt de zorgvuldigheid af van de inzet van individuele ambtenaren. Als die niet goed kijken, niet navraag doen of geen getuigen opsporen, worden veteranen te snel afgewezen. Voor iemand met PTSS kan dit voelen als een tweede traumatische ervaring: je inzet en je leed worden ontkend, en je moet opnieuw vechten om erkenning.
Een patroon van nalatigheid
Deze uitspraak van februari 2026 is helaas geen uitzondering. Eerder, in 2025, oordeelde de CRvB in een zaak die ik ook deed ook al dat de minister niet zorgvuldig had gehandeld in een vergelijkbare zaak. Ook toen werden getuigen niet gehoord en werden beschikbare feiten onvoldoende onderzocht, waardoor een veteraan onterecht werd afgewezen. En wie zou denken dat de minister daar een les uit zou leren heeft het mis. Het patroon is pijnlijk duidelijk: veteranen worden keer op keer geconfronteerd met een systeem dat hen niet serieus neemt, ondanks duidelijke bewijsstukken en traumatische ervaringen.
Defensie zou Defensie niet zijn als zij gewoon doorgaat op dezelfde weg.
Het is belangrijk te begrijpen dat het DIG voor veteranen veel meer is dan een onderscheiding. Het staat voor erkenning van het persoonlijke leed en voor waardering van de inzet tijdens uitzendingen. Wanneer deze erkenning uitblijft, voelen veteranen zich niet alleen teleurgesteld, maar ook genegeerd door de overheid. De minister schiet hierin structureel tekort en de CRvB moet herhaaldelijk ingrijpen om het recht te herstellen.
Het belang van deskundige bijstand
Deze situatie laat ook zien hoe belangrijk het is om deskundige bijstand in te schakelen. Als een DIG-aanvraag wordt afgewezen, is het verstandig om mij in te schakelen. Ik kan je helpen bij het verzamelen van bewijs, het opstellen van een goed bezwaarschrift, en het overleggen van getuigenverklaringen. Dit is werk dat door de minister hoort te worden gedaan, maar dat gebeurt zoals in meerdere zaken is gebleken niet is vaak cruciaal om het besluit van de minister alsnog te corrigeren.
In de recente zaak speelde ik zelf een actieve rol om deze misstanden aan het licht te brengen. Door intensieve begeleiding en juridische onderbouwing kon de CRvB vaststellen dat de minister onzorgvuldig had gehandeld. Het gevolg: het DIG werd toegekend, de eerdere afwijzing werd ingetrokken en de veteranencliënt kreeg bovendien een volledige vergoeding van proceskosten en griffierechten. Dit laat zien dat deskundige ondersteuning écht verschil maakt.
Wat dit betekent voor veteranen met PTSS
Voor veteranen met PTSS is dit systeem vaak frustrerend en ontmoedigend. Je hebt al te maken met nachtmerries, angst, slapeloosheid en andere gevolgen van traumatische ervaringen. Dan wordt je ook nog geconfronteerd met een overheid die je verhaal niet serieus neemt, die geen moeite doet om feiten te controleren, en die je opnieuw moet overtuigen dat je recht hebt op erkenning. Het kan voelen alsof je steeds opnieuw moet bewijzen wat je hebt meegemaakt. Dat is niet alleen oneerlijk, maar ook emotioneel belastend.
Een correcte beoordeling zou in de eerste plaats respect en erkenning moeten bieden, en in de tweede plaats pas juridische correcties vereisen. In de praktijk gebeurt het vaak omgekeerd: erkenning volgt alleen als er bezwaar wordt gemaakt en beroep wordt ingesteld – en als iemand als advocaat of specialist erbij betrokken is die het proces kan navigeren.
Conclusie
De uitspraak van 26 februari 2026 laat opnieuw zien dat veteranen niet automatisch op een correcte beoordeling van de minister van Defensie kunnen vertrouwen. Vooral voor veteranen met psychische klachten, zoals PTSS, is het cruciaal dat hun ervaringen serieus worden genomen en dat feiten zorgvuldig worden onderzocht.
Het Draaginsigne Gewonden is meer dan een stukje metaal; het is erkenning van opgelopen schade, respect voor de persoonlijke inzet en een bevestiging dat de samenleving je inzet waardeert. Wanneer dit wordt ontzegd door structureel onzorgvuldig handelen van de minister, is het essentieel dat er deskundige bijstand wordt ingeschakeld. Alleen zo kunnen veteranen afdwingen dat erkenning eindelijk recht doet aan hun inzet en opgelopen schade.
Deze uitspraak is een harde reminder: het systeem faalt te vaak, en zonder intensieve ondersteuning krijgen veteranen die erkenning hard nodig hebben niet automatisch wat hen toekomt. Het is tijd dat dit patroon verandert, zodat veteranen eindelijk krijgen waar ze recht op hebben.
Het is een patroon dat zich herhaalt: ondanks de schijn van een zorgvuldig procedureel proces, blijkt in de praktijk dat de minister onvoldoende onderzoek doet, belangrijke feiten en getuigen niet verifieert, en veteranen – vaak met PTSS – te snel “Nee” verkoopt. Voor de betrokken veteranen betekent dit een dubbele belasting: naast de psychische en lichamelijke gevolgen van hun dienst, worden zij geconfronteerd met een systeem dat hen niet serieus neemt.
Schrijf je in voor de nieuwsbrief
Thank you for subscribing to the newsletter.
Oops. Something went wrong. Please try again later.


