IN HET VORIGE DELEN:
Het protocol dat niet klopte: “In 2007 besloot Defensie de manier waarop militairen met PTSS werden gekeurd radicaal te veranderen. Tot dat moment gebeurde alles op basis van de WPC-schaal. Met het PTSS-protocol zou volgens Defensie een nieuwe methodiek introduceren die “beter” zou zijn en meer zou aansluiten bij de realiteit van psychische schade. Klinkt als zuiver… toch?”
Toen bleek dat het protocol niet klopte: “In 2016 liet Defensie zélf onderzoeken. De uitkomst? Het protocol werkt niet zoals het zou moeten. De schattingsmethodiek benut de schaal niet. De uitkomsten zijn structureel laag. Professionals herkennen de beperkingen niet in de percentages. En toen? Niets.”
Bedgeheimen, Defensie en pensioen: “Je zit met je partner tegenover een verzekeringsarts. Niet jouw behandelaar. Iemand die bepaalt wat je krijgt. Wat je waard bent. Voor je militair invaliditeitspensioen. En dan begint het. Vragen over je intieme leven. Je bedgeheimen. Lustgevoel. Tot in detail. Alles telt mee. Alles wordt gebruikt. Alles bepaalt je toekomst. Maar klopt dat wel?”
Vernederd en getraumatiseerd door defensie
Stel je voor: je hebt PTSS als gevolg van oorlogstrauma. Diagnose gesteld door gespecialiseerde psychiaters. Opgenomen geweest. Behandelingen gevolgd. Alles staat vast. Je vraagt een militair invaliditeitspensioen aan. Daar heb je recht op. Het enige wat getoetst moeten worden, zijn de beperkingen die voortkomen uit de PTSS. Meer niet.
Maar het systeem heeft andere plannen.
Als militair ben je verplicht tot gezondheidszorg bij Defensie. Alles wat ooit wordt vastgelegd, groeit in je dossier. Jaar na jaar. Consulten, diagnoses, behandelingen. Alles. En dan komen de verzekeringsartsen. Zij krijgen toegang tot dat hele dossier. Ook tot informatie die niets te maken heeft met jouw PTSS. Ze grasduinen. Ze lezen. Alles wordt meegenomen in hun rapport. Alles wat ooit is opgeschreven. Ook voordat je PTSS had. Alles wat iemand ooit heeft meegemaakt. Niet omdat het moet, maar omdat het kan.
Een gebroken enkel van twintig jaar geleden. Een voedselvergiftiging. Een SOA. Een relatie die stukliep. Ziektes van ouders, broers, zussen. Hoe de relatie tussen je ouders was. Je jeugd. Thuissituatie. Strafrechtelijk verleden. Alles.
Is dit nodig? Nee. Absoluut niet. Het is niet relevant voor de vaststelling van beperkingen door PTSS. Het telt niet mee voor het invaliditeitspercentage. Maar het wordt wel geregistreerd. Altijd. Telkens opnieuw. Telkens hetzelfde. Telkens dezelfde blootstelling.
Wie dacht dat het alleen om bedgeheimen ging, komt bedrogen uit.
Dubbele beoordelingen. Psychiatrische expertises. Observaties. Dagverhalen. Werk en privé. Co-morbiditeit. Preëxistente en ziektebestendigende factoren. Alles. Telkens opnieuw. Telkens dezelfde procedure. Telkens dezelfde overdaad. Telkens dezelfde inbreuk op de persoonlijke levenssfeer.
De verzekeringsartsen wantrouwen de rapporten van gespecialiseerde psychiaters buiten Defensie. Ook al zijn die rapporten gebaseerd op drie maanden intensieve opname en behandeling. Met een loep worden rapporten van buiten onderzocht. Op zoek naar aanknopingspunten.
En de veteraan? Die moet het trauma herbeleven. Moet opnieuw bewijzen dat er sprake is van PTSS. Met een beetje pech drie uur lang. Telkens opnieuw vertellen wat er gebeurd is. Telkens hetzelfde verhaal. Telkens dezelfde vernedering. Psychisch verkracht door het systeem. Klein gemaakt. Boos. Vernederd.
Het systeem klopt niet en is dubieus. Defensie weet dat. Al sinds 2016. Toch presenteert zij het als zorgvuldig, professioneel, objectief. Het hanteert protocollen. Rubrieken. Subrubrieken over bedgeheimen. Percentages. Barèma. Het klinkt logisch. Professioneel. Noodzakelijk.
Maar de praktijk? Overkill. Overdaad. Onnodige blootstelling. Een systematische inbreuk op de persoonlijke levenssfeer. Voor de veteraan voelt het als karaktermoord. Alles van je leven wordt doorzocht. Alles wordt opgeschreven. Niet om te helpen. Alleen om te registreren. Alleen om te controleren. Alleen om een karikatuur van de veteraan te maken. Zodat iedereen die met zijn zaak te maken krijgt weet “wie de veteraan is”.
En het komt steeds weer terug. Het rapport duikt op in elke procedure. Iedereen die bij jou betrokken is vanuit Defensie kent het. Je moet het ook aan iedereen geven. Anders heb je nergens recht op. Telkens opnieuw. Telkens hetzelfde. Telkens dezelfde vernedering.
Het protocol zelf? Geheim gehouden voor de veteraan. Hij mag niet weten wat de bedoeling is. Monddood gemaakt. Volledig afhankelijk van de verzekeringsarts. Zo was het bedoeld. Van copyright voorzien door Defensie. Officieel. Bijzonder. Alsof de ernst van de procedure al niet genoeg was. Alsof de systematische inbreuk op de persoonlijke levenssfeer niet zichtbaar mocht zijn.
Het systeem presenteert zich als zorgvuldig. Objectief. Professioneel. In werkelijkheid: overkill. Overdaad. Onnodige blootstelling. Absurd. Systematische inbreuk op de persoonlijke levenssfeer. Mensonwaardig.
En de veteraan? Die staat er alleen voor. Telkens tegenover een systeem dat alles registreert, niets meetelt, alles reduceert tot een cijfer. Niet de ernst van de PTSS. Niet de impact op het leven. Alleen het cijfer.
Het is systematisch. Absurd. Mensonwaardig. Het rapport duikt overal op. Iedereen die bij jou betrokken is vanuit Defensie kent het. En je moet het ook aan iedereen geven. Anders heb je nergens recht op. Het is een vilein systeem met een kleinerend effect. Je bent gevangen in een karikatuur van jezelf. Gemaakt door Defensie. Een karaktermoord. Wat nog van je trots over was, is nu volledig verdwenen.
Schrijf je in voor de nieuwsbrief
Thank you for subscribing to the newsletter.
Oops. Something went wrong. Please try again later.

