Onderhandelen ten koste van de veteraan
Een veteraan komt terug van uitzending. Niet goed terug, maar kapot terug. PTSS. Volledig arbeidsongeschikt. Het werkzame leven dat hij had kunnen hebben, is weg. Niet een beetje weg. Weg. Dan komt de schadevergoeding waar hij op grond van zijn rechtspositie recht heeft.
Dat klinkt overzichtelijk. Iemand loopt schade op als militair tijdens een uitzending. Defensie bekijkt de aanvraag en zegt: dit erkennen wij wel, dit niet, en hierom. Daarna kan een rechter meekijken. Zo zou het kunnen gaan.
Pragmatisch afwikkelen?
Maar zo gaat het meestal niet. Defensie heeft in 2020/2021 met een groep rechtshulpverleners afspraken gemaakt over de afwikkeling van RVS-zaken. Dat werd pragmatisch genoemd. Een mooi woord. Minder papier. Minder uitvoerige schriftelijke onderbouwing. Schadeposten praktisch regelen. Uitgangspunten afstemmen.
Dat klinkt goed tot je je afvraagt wie daar beter van wordt.
Defensie is een bestuursorgaan. Dat betekent iets. Een bestuursorgaan moet niet alleen vinden, schuiven en voorstellen. Een bestuursorgaan moet beslissen. En als het minder wil betalen dan gevraagd, moet het uitleggen waarom. Niet ongeveer. Niet in een gesprek. Niet tussen de regels door. In een besluit.
Maar onderhandelen is handig. Vooral voor degene die moet betalen en motiveren. De veteraan dient een aanvraag in. Daarin staat wat hij vraagt. Welke schade. Vanaf wanneer. Welk inkomen hij zonder PTSS had kunnen verdienen. Welke toekomst door de uitzending is verdwenen. En daarna begint het.
Defensie vindt het carrièreperspectief wat ambitieus. De ingangsdatum kan misschien later. Het opleidingsniveau misschien lager. Deze schadepost liever niet. Die post wat voorzichtiger. Dat bedrag wat pragmatischer. En zo wordt de aanvraag kleiner. Niet met een klap. Niet met een duidelijke afwijzing. Niet met een besluit waarin staat: beste veteraan, u vraagt dit, maar wij wijzen dat af om deze redenen. Nee, het gaat netter. Rustiger. In overleg.
Het ene uitgangspunt wordt aangepast. Het andere wordt genuanceerd. Een schadepost verdwijnt. Een bedrag wordt afgerond, maar niet naar boven. De oorspronkelijke aanvraag blijft ergens achter in het dossier liggen. En aan het eind zegt Defensie: mooi, dan zijn we eruit.
Daarna komt er vaak nog wel een besluit. Dat is belangrijk, want dan lijkt de rechtsbescherming nog overeind te staan. Bezwaar kan. Beroep kan. De deur staat open. Alleen staat er inmiddels een kast voor. Want de veteraan heeft ingestemd. Hij heeft zijn handtekening gezet. Hij heeft akkoord gegeven op uitgangspunten die eerst nog ter discussie stonden. Als hij daarna alsnog klaagt, klinkt al snel: maar u wilde dit toch zelf?
Dat is de truc van de vaststellingsovereenkomst. Die overeenkomst is geen gewone deal tussen twee partijen die allebei vrij zijn om te doen wat ze willen. Het is een afspraak over hoe Defensie haar bevoegdheid gaat gebruiken. Defensie kan via zo’n overeenkomst niet méér toekennen dan zij als bestuursorgaan mag.
De bevoegdheid wordt niet groter door er een handtekening onder te zetten. Maar minder kan wel. Als de veteraan minder vraagt, of instemt met minder, dan hoeft Defensie niet meer uit te leggen waarom de oorspronkelijke aanvraag te hoog was. Die aanvraag bestaat dan praktisch niet meer. Zij is onderweg afgeschaafd tot iets wat past.
Dat is prettig voor het dossier. Niet per se voor de veteraan.
Tijd als inzet bij onderhandelingen
Tijd helpt daarbij. Dat weet Defensie maar al te goed. Tijd is een deelnemer aan het gesprek. Defensie kan wachten. Een ministerie krijgt geen herbeleving van een nieuwe berekening. Een dossierkast slaapt prima. Een veteraan met PTSS niet altijd.
Een nieuwe vraag hier, een medisch advies aan het einde van de zaak na vijf jaar. Telkens weer een half jaar vertraging. Iedere maand extra betekent spanning. Onzekerheid. Weer een brief. Weer een vraag. Weer uitleggen waarom hij niet meer kan werken. Weer terug naar het verleden dat juist de schade heeft veroorzaakt.
Na ongeveer 10 jaar wordt ieder einde aantrekkelijk. Ook een slecht einde. Niet omdat het rechtvaardig is, maar omdat het einde is. Dan heet het overeenstemming. Maar soms is overeenstemming gewoon vermoeidheid met een handtekening eronder.
Verliezen bestuursrechtelijk kader
Ook rechtshulpverleners moeten daar eerlijk over zijn. Hun taak is niet om de aanvraag langzaam passend te maken bij wat Defensie wil betalen. Hun taak is om de rechtspositie van de veteraan te bewaken. De aanvraag waarmee men begint, is geen vrijblijvende openingszet in een spelletje. Het is het doel dat met de veteraan is besproken.
Daarvan kan worden afgeweken. Natuurlijk. Soms blijkt een onderdeel niet houdbaar. Soms is bewijs zwak. Soms is een risico reëel. Maar dan moet dat helder worden uitgelegd. Schriftelijk. Begrijpelijk. Met de financiële gevolgen erbij. En met de keuze die de veteraan werkelijk heeft: schikken, of Defensie laten beslissen. Want dat laatste blijft de kern.
Defensie moet beslissen.
Niet wachten tot de aanvraag kleiner is. Niet onderhandelen tot de motivering minder moeilijk wordt. Niet tijd gebruiken als stille bondgenoot. Niet doen alsof rechtsbescherming nog volwaardig bestaat wanneer de uitkomst al contractueel is vastgelegd.
Een veteraan die tijdens uitzending PTSS oploopt en volledig arbeidsongeschikt raakt, vraagt niet om een gunst. Hij vraagt om beoordeling van zijn rechtspositie. Als Defensie minder wil betalen, moet Defensie dat uitleggen. Volledig. Openlijk. Toetsbaar.
Praktijken waarbij een bestuursorgaan via pragmatisch overleg zijn motiveringsplicht verkleint, tijd laat werken als drukmiddel en oorspronkelijke aanvragen naar beneden laat bijstellen, zijn geen slimme dossierbehandeling.
Het zijn praktijken waarvan een redelijk handelend bestuursorgaan zich moet onthouden.
Schrijf je in voor de nieuwsbrief
Thank you for subscribing to the newsletter.
Oops. Something went wrong. Please try again later.




